Loopbanen en loopbaanwensen van basisartsen

november 2019

Voor de vierde keer in 10 jaar heeft Prismant voor het Capaciteitsorgaan de loopbanen en loopbaanwensen van basisartsen onderzocht. Dit enquête-onderzoek is in april 2019 uitgevoerd. Van de bijna 24.000 geregistreerde basisartsen is 46% bezig met een vervolgopleiding en is 27% niet in opleiding en heeft ook geen wens daartoe. Dit zijn bijvoorbeeld profielartsen (8%), of uit het specialistenregister uitgeschreven artsen.
Er zijn op dit moment 6.762 basisartsen die met een geneeskundige vervolgopleiding willen starten. Bij de meting in 2016 waren dit 5.238 basisartsen, in 2013 5.898 en in 2009 4.979. Het zogenoemde ‘opleidingsreservoir’ is dus aan het toenemen. Als eerste voorkeur voor een vervolgopleiding is met name huisartsgeneeskunde populair, maar ook interne geneeskunde, heelkunde en obstetrie en gynaecologie.
74% van de jonge basisartsen gaat niet direct op zoek naar een vervolgopleiding, maar zodra ze dat doen kost het gemiddeld 17 maanden op een opleidingsplaats te vinden. Dit is langer dan de 14 maanden die het hen kostte in 2012. De totale tijd tussen het afleggen van het artsexamen en het beginnen met een vervolgopleiding bedraagt ruim 34 maanden. Dit was tien jaar geleden 27 maanden. Een groter deel van de basisartsen wil expliciet ervaring opdoen om de kansen op een opleidingsplek te vergroten, daarnaast promoveert ook een groter deel van de basisartsen.
De resultaten van dit onderzoek worden onder meer meegenomen in een advies voor de instroom in de geneeskundeopleidingen. Dat advies wordt eind 2019 verwacht.

Terug