Capaciteitsplan 2024-2027 Deelrapport 4 Sociaal Geneeskundigen

januari 2023

Nieuwe cijfers over benodigde capaciteit sociaal geneeskundigen
Het Algemeen Bestuur van het Capaciteitsorgaan heeft op 11 januari jl. het ‘Capaciteitsplan 2024-2027, sociaal geneeskundigen’ vastgesteld.

Uitkomsten sociaal geneeskundig specialisten
Het advies voor de 18 verschillende opleidingen in de sociale geneeskunde is om jaarlijks 1070 aios in te laten stromen. Dat is een toename van 389 in vergelijking met het vorige advies, ofwel een stijging van 56%.

Om over 12 jaar tot een evenwicht tussen vraag en aanbod te kunnen komen, is een forse toename nodig van het hiervoor benodigde aantal aiossen. Er bestaan al lange tijd grote arbeidsmarkttekorten voor vrijwel alle sociaal geneeskundige beroepen: met de bestaande capaciteit aan beroepsbeoefenaars is aan de bestaande zorgvraag niet te voldoen. Wanneer de gerealiseerde instroom in opleidingen achterblijft bij de instroomadviezen van het Capaciteitsorgaan dan neemt de disbalans tussen vraag naar en aanbod van de beroepsgroep toe. De groei van het zorgaanbod is dan te gering, terwijl de zorgvraag niet afneemt. Dat uit zich in een grote onvervulde vraag.

De tekorten komen niet alleen door een chronisch te lage instroom. Ook is er een groeiende zorgvraag door, de demografische groei, de vergrijzing en epidemiologische, sociaal-culturele en vakinhoudelijke ontwikkelingen. Bovendien is de uitstroom van alle medische specialisaties relatief het hoogst voor de sociaal geneeskundigen.

Punten van aandacht
Vrijwel de gehele sociale geneeskunde zit in zwaar weer waar het gaat om evenwicht tussen vraag en aanbod. Er wordt al jaren te weinig opgeleid en de uitstroom is hoog, waardoor de nieuwe instroomadviezen (heel) hoog zijn. Dat geldt met name voor bedrijfsartsen (benodigde instroom 258), verzekeringsartsen (benodigde instroom 233), artsen maatschappij en gezondheid/jeugdgezondheidszorg (benodigde instroom 154), de profielartsen jeugdarts KNMG (benodigde instroom 154) en artsen indicatie en advies KNMG (benodigde instroom 73). De raming geeft daarmee het signaal af dat niets doen geen optie is.

Voor diverse sociaal geneeskundige opleidingen blijkt het moeilijk aios naar de opleiding toe te trekken. In veel specialismen en profielen is de opleidingsopgave inmiddels zo groot dat het niet realistisch meer is om dit aantal te halen. Dit heeft een drietal verklaringen:
1) Door de hoge werkdruk en de vergrijzing in de huidige beroepsgroepen zijn er onvoldoende opleiders beschikbaar om zoveel aios op te leiden
2) Er zijn onvoldoende opleidingsplekken beschikbaar bij opleidingsinstellingen, ten gevolge van hoge werkdruk en bestaand personeelstekort
3) Hoewel de belangstelling voor een aantal deelgebieden stijgt, is er onvoldoende belangstelling voor de sociaal geneeskundige vakken.

De aantrekkelijkheid van het vak hangt samen met het al dan niet financieren van de vervolgopleiding, het budget voor sociaal geneeskundige taken en de beloning van de sociaal geneeskundigen. Deze urgente knelpunten moeten met voorrang worden aangepakt door financiering van opleidingen en betere arbeidsvoorwaarden voor sociaal geneeskundigen in lijn met andere geneeskundig specialisten.

Door dit alles zullen de soms al jaren bestaande knelpunten blijven voortduren dan wel verergeren.
Ook dreigen er profielen te verdwijnen, hetgeen onwenselijk is, niet alleen vanwege de steeds relevantere bijdrage van sociaal geneeskundigen aan grote maatschappelijke uitdagingen, maar ook
vanwege de grote economische en maatschappelijke consequenties hiervan.

Links naar:

Deel I: Infographics sociaal geneeskundigen
Deel II: Deelrapport 4, Sociaal geneeskundigen
Deel III: Samenvatting
Aanbiedingsbrief aan de minister van VWS

Bij vragen over de adviezen en rapporten kunt u contact opnemen met Cisca Joldersma, directeur via info@capaciteitsorgaan.nl

Terug